Hoeveel mensen zijn er online?

Op naar de zomer.

Op naar de zomer.
Lente vind je momenteel alleen op het Keukenhof.

Werkbeschrijvingen.


Kerstkransjes haken.

 Haak een ketting van tien lossen en sluit het met een halfvaste steek. Haak 3 lossen (dat is je eerste stokje) en daarna nog 19 stokjes in de ring haken. Na 't 20 ste stokje een halfvaste in de derde steek van het eerste stokje om de toer te sluiten en nog 5 lossen haken voor het lusje ( je kan de kransjes dan ophangen) en dan in de eerste steek van het lusje nog een halfvaste en dan de draad afknippen.
De strik maak je door 10 lossen te haken  en dan in iedere losse een vaste haken, een losse en dan je werk keren en de tweede toer in iedere steek een vaste haken. Draad afknippen. Het werkje dubbelvouwen en aanelkaar naaien zodat je een ring hebt, die maak je plat en in het midden met de afgeknipte draad een paar keer in het midden rondom draaien zodat er een strikje ontstaat. Dan het strikje aan het kransje naaien en klaar is kees! Nog versieren met wat knoopjes en/of pailletjes. Deze plak je vast met tacky glue.
Succes met het maken ervan!


Vlinder.


De vleugels.

Haak 6 lossen, sluit de ring met een halve vaste.
Toer 1:
 haak 3 lossen (eerste stokje), haak verder in de ring, 2 stokjes, 3 lossen, *3stokjes,3lossen, nog 6 maal herhalen vanaf* sluit de toer met een halve vaste (totaal=8x3 stokjes en 3 lossen )

Toer 2:
 ga met een halve vaste naar de eerste 3 lossen van de vorige toer, haak 3 lossen (eerste stokje), 2 stokjes, 3 lossen, 3 stokjes, om de eerste 3 lossen, *haak 3 stokjes, 3 lossen, 3 stokjes om de volgende 3 lossen ( de tussenliggende stokjes van de vorige toer worden niet gehaakt), herhaal vanaf * om alle lossen van de vorige toer, sluit de toer met een halve vaste (totaal=8x3 stokjes, 3 losse en 3 stokjes)

Toer 3:
 ga met een halve vaste naar de eerste 3 lossen van de vorige toer, haak 3 lossen (eerste stokje), vouw je haakwerk dubbel en haak 4 stokjes om de eerste en laatste lossen van de vorige toer, haak 3 lossen, haak een halve vaste in de bovenkant van het 5de stokje ( hierdoor ontstaat een klein puntje) en nog 5 stokjes om de lossen, ga verder naar de volgende 3 lossen ( de tussenliggende stokjes van de vorige toer worden niet gehaakt)* haak 5 stokjes, 3 lossen, haak een halve vaste in de bovenkant van het 15de stokje (hierdoor ontstaat een klein puntje), 5 stokjes, Ga naar volgende 3 lossen van de vorige toer en haak 5 stokjes, dan 3 lossen en in de bovenkant van 5e stokje een halve vaste(picotje) en dan weer 5 stokjes. In de volgende 3 lossen van de vorige toer 5 st., 3 losse,halve vaste bovenin het laatste stokje(picotje) en 4 stokjes en dan 3 lossen enen met een halve vaste aan het eind van de vleugel. Afhechten. (totaal 4x10 stokjes). Attentie: de laatste 3 lossen moet je zien als het laatste stokje, want zo ben je ook begonnen met de 1e vleugel.

Lichaam.

Haak 3 lossen, haak een halve vaste in de eerste losse ( hierdoor ontstaat een kleine  verdikking voor de bovenkant van de voelspriet), haak 21 lossen.
Haak terug over de lossen, haak 2 lossen voor de eerste steek, 15 vasten, hierna nog 7 lossen en haak een halve vaste in de 3de losse vanaf de naald (voor de verdikking aan het uiteinde van de 2de voelspriet).
Hecht de draden af door ze door de lossen te rijgen, hierdoor krijgen de voelsprieten extra stevigheid.
Naai het lichaam aan de vleugels.

Succes bij het maken van de vlinder.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen